Iedere werkende eendenkooi in Nederland is verplicht een kooibos te hebben.
Niet de verplichting, maar de functie die het kooibos heeft maakt het onontbeerlijk in het totale functioneren van een eendenkooi. In de eerste plaats schermt het bos de kooi af ten opzichte van de omgeving en creeert daarmee en soort geluids- en zichtwal die de rust in de kooi kan garanderen. In het vaak kale landschap is het kooibos een duidelijk landschaps element. De boomsoorten die het bos vormen zijn allemaal bestand tegen natte voeten en dat zijn dan ook de typicshe nederlandse ooibos soorten zoals wilg, els en es. In sommige kooien kan men ook wel populieren en eiken aantreffen. Rondom de kooiplas is de begroeing laag om voor invallende eenden geen belemmering te zijn. Een paar grote bomen zorgen voor een ‘baken’ voor terugkerende eenden. Naast de genoemde ooibos bomen zien we ook vaak op de drogere gedeelten van de kooi de nodige fruitbomen en zeker in het rivierengbied de nodige hazelaars voor de productie van hazalnoten.
Een andere functie van het kooibos is het geven van ruimte voor de eenden om er in alle rust een broedplaats te vinden. Vaak geven de ‘kuiltjes’ in knotbomen zo’n veilige plek. (zie linkerkolom)
De economische factor
Een tweede belangrijke opbrengst factor van de eendenkooi is het hout afkomstig
uit het kooibos. In de eerste plaats het leveren van materiaal voor de bouw en onderhoud van de kooi zelf. Het wilgenhout voor het maken van de beugels in alle maten en het essenhout of elzenhout voor het insluiten van het riet. Het gaat dan over de knotvormen van deze bomen.
Hout dat niet voor het onderhoud nodig was werd verkocht voor allerlei doeleinden. Het maken van zinkstukken voor dijk bescherming, het stoken van de ovens in de bakkerij, wilgenhout voor de mandenmakerij, essenhout voor de smid voor het maken van stelen voor hamers, harken en bezems en wilgentenen en slieten voor de mandernmaker.
Voor de meeste toepassingen werd het 4-jarig hout gebruikt en het moest gehakt zijn tussen 1 oktober en 15 maart. In vangende kooien deze periode een stuk korten omdat tijdens het vangseizoen er niet gehakt kon worden.
Ieder jaar werd hiervoor een vierde deel van het kooibos afgezet waardoor
het niet afgezette gedeelte de andere functies in stand hield. In oude pachtcontracten is deze 4 jaarlijkse cyclus zelfs een verplichting. Ook is van een aantal kooien bekend dat nadat het vangen van eenden was gestopt (slapende kooi) er nog vele jaren opbrengsten waren van de houtverkoop. In het rivierengebied, op de komgronden, lagen er vaak grienden bij de kooi die het zg rijshout leverden.
Het hout werd gesorteerd op lengte en in afgemeten bossen opgebonden. 100 van deze bossen werden een Vim genoemd.
De bossen moesten met twee banden gebonden zijn, men gebruikte daarvoor dunne wilgentakken (zie foto).