Ons gesprek vindt plaats in het gezellige kooihuis op de Gans’ Kooi in Gameren. Een oude kooi, eeuwen eigendom geweest van het Bommels Gasthuis (Zaltbommel) en sinds 1956 eigendom van SBB. Op dat moment had Jack nog een onbezorgde jeugd bij de Reeuwijkse plassen. Spelevaren, vissen en zijn vader helpen bij het onderhoud van de diverse eilandjes in de plas en mee met de jacht. Geboren dus tussen de watervogels, na zijn verhuizing op 11 jarige leeftijd naar Gouda, aan de rand van Reeuwijk was hij ook vaak bij de plassen te vinden.
Inmiddels had hij ook goed nagedacht over zijn toekomst, hij wilde boswachter worden. Na zijn opleiding op de bosbouwschool werd er naarstig gezocht naar een goede stageplek binnen de organisatie Staatsbosbeheer, Jack zijn wens. Uiteindelijk lukt het om assistent opzichter te worden in de boswachterij Kootwijk, midden op de Veluwe, ver verwijdert van het water. Na een aantal jaren opzichter in Kootwijk volgt een baan als opzichter in Zuid-Holland en dat kwam wat dichter in de buurt. Eendenkooien in Warmond (Johan Reuser), Berkenwoude en de Bakkerswaal waar kooiker Berkhouwer op dat moment kooide. Ter oriëntatie bracht hij ook een bezoek aan de kooi in Gameren. SBB had nog meer kooien in het rivierengebied en zo kwam hij ook op de kooi van Herwijnen bij kooiker Leen van de Ham. Hier leerde hij de basiskneepjes van het kooiker zijn, later heeft hij ook veel opgestoken van Geert van der Hurk en diens vader (Hoogbroeksche kooi bij Dreumel)
Gijs de Boer was vanaf 1956 kooiker op de kooi in Gameren, maar liet het wat lopen waardoor er diverse andere kooikers op de kooi kwamen o.a Jan Kooijmans en later Jouk Bakker.
Uiteindelijk heeft de kooi geen kooiker meer (1977/1978) en wordt een sollicitatie procedure ingezet en komt Jack als de nieuwe kooiker uit de bus. Het kooihuis is dusdanig vervallen dat er niet gewoond kan worden en na de bouw van een nieuwe woning trekken Jack en Gees naar Gameren, waar ze nog steeds wonen. (naast de kooi)
Als Jack op de kooi komt is deze in een ver vervallen staat, alleen de noord-oost pijp was nog in redelijke staat. Als eerste moest de zuidwest pijp vangklaar gemaakt worden omdat uit de overlevering duidelijk werd dat dit de best vangende pijp was. Wat makke eenden kunnen bemachtigen en gelijk gaan voeren, de makke stal werd snel opgebouwd.
Het is een echte winterkooi van het Gelders model. Naast de wilde eend wordt er ook veel blauwgoed gevangen, eind oktober tot in november veel talingen, maar ook wel smienten. De aantallen zijn de afgelopen 10 jaar dramatisch teruggelopen. Op dit moment wordt er voornamelijk in de avondschemer gevangen en altijd met de hond. De laatste jaren is er geen sprake meer van enige wintertrek.
In de polder rond Gameren zitten over het algemeen aardig wat eenden, maar deze komen nauwelijks op de kooi.
De eenden voor de bout plukt hij zelf voordat ze naar de poelier gaan en de veren worden geleverd aan gespecialiseerde bedrijven. o.a. voor het gebruik bij vliegvissen.
De makke stal wordt op peil gehouden door eieren te rapen en uit te broeden, na een aantal weken naar het makhok (aan een vangpijp) voeren met eendenkroos dat in de wijde omgeving wordt opgevist. Wel een poging gedaan om met broedkorven te werken, maar na plaatsing van 30 korven waarvan in de loop van de tijd geen enkele werd bebroed dit maar opgegeven. Het voer voor de makke stal bestaat hoofdzakelijk uit mais, tarwe, gerst en haver. Meestal afhankelijk van de verkrijgbaarheid van de granen. Bij de start van het kooien in 1978 is hij ook begonnen met het ringen.
Jack maakt geen gebruik van de traditionele beugels van wilgenhout, hij heeft ze na een dramatische winter met veel sneeuw en instortende vangpijpen vervangen door staalkabels en kan zo bij naderende sneeuw de netten naar beneden halen.
Voor de schermen wordt gebruik gemaakt van los riet, maar ook hier is er geen sprake van constante aanvoer. Iedere keer is het weer zoeken naar een partijtje riet dat goed genoeg is om schermen van te maken Het riet wordt ingeklemd tussen wilgen- en/of essen stammetjes. Door de voortschrijdende essentaksterfte is het meeste nu van wilg.
De wilgen worden eens per drie jaar geknot en het verleden werd het griendhout verkocht. Essenhout voor stelen, vaak 180 tot 200 bossen 2-bands voor versteviging van de duinen en de rest ging voor brandhout.
De vangpijpen en een gedeelte van de kooiplas is voorzien van een beschoeiing of betuining.
Deze bestaat uit diverse materialen. Hij gebruikt Douglas planken, maar deze zijn tegenwoordig aan de dunne kant (2 cm). In het verleden gebruikte hij houten palen, maar sinds enige tijd is dat kunststof. Ook maakt hij steeds meer gebruik van dunne damwandplaten.
Sinds 10 jaar heeft Jack assistentie van Jeroen van Acquooij die veel werkzaamheden op de kooi aan kan en zaken van Jack overneemt. Jeroen beschikt het kooikerdiploma en heeft ook een ringmachtiging .
Van het begin af aan heeft Gees ook een belangrijke rol gespeeld op de kooi, zeker op de momenten dan Jack niet voor 100% kooiker kon zijn.