Ons tweede doel in de Krimpenerwaard is kooiker Martin Berkouwer, kooiker op de kooi op Bilwijk net ten noorden van Stolwijk, maar liggend in Haastrecht.
Een oude kooi die zijn oorsprong vindt in de 17e eeuw. De bebouwing bij de kooi rukt zichtbaar steeds verder op, waardoor er een min of meer constante verstoring van de rust is. Ook de omgeving van de kooi is sterk aan verandering onderhevig. Het boerengrasland rondom de kooi krijgt een natuurfunctie. Het graslandkarakter blijft waarmee de landschappelijke openheid gewaarborgd is, maar het gebied zal in toenemende mate een foerageer- en rustgebied voor vogels worden. Het wordt dan de vraag of eenden nog naar de kooi komen. Veranderingen alom en dat is wat Martin dikwijls herhaald, ‘het is allemaal zo anders geworden’.
We schuiven aan bij Martin thuis aan de keukentafel en hebben uitzicht over een karakteristiek stukje Krimpenerwaard. Weggetjes die bijna gelijk staan aan het waterpeil in de naast gelegen slootjes en eindeloze rijen oude knotwilgen en
waar twee auto’s elkaar nauwelijks kunnen passeren en aan twee kanten water. Na ons gesprek gaan we met Martin mee naar zijn kooi, dwars door de Krimpenerwaard. Het is zeer bijzonder dat we een kijkje mogen nemen in de kooi. Het is een typische polderkooi met een relatief klein oppervlakte van 1,8 ha. Martin gebruikt altijd turf als hij de kooi rondgaat. We blijven aan de zuidkant van de kooi, en ondanks dat de wind oostelijk is, gaat een groep smienten op de wieken. Na een aantal keren over de kooi te zijn gevlogen, landen ze uiteindelijk weer terug op de kooiplas.
Martin heeft de kooi overgenomen van zijn vader die de kooi eerst huurde en deze later heeft gekocht. De kooi was bij zijn komst sterk verwaarloosd, de kooiplas moest worden uitgebaggerd en de vangpijpen worden hersteld.
De kooi is in basis van het Hollands model met hier en daar eigen aanpassingen. In eerste aanleg waren er drie vangpijpen, maar is uitgebreid naar vier. De vierde pijp, noord-west is aanzienlijk langer dan de andere drie pijpen.
Het uitbaggeren van de kooiplas (NL-GdSAMH_0440_83648_Fotocollectie_MH)
De beugels zijn nu van metaal en de rietschermen hier en daar vervangen door ander materiaal. De schermen worden gemaakt van los riet dat wordt gekocht. De vangpijpen eindigen niet in spiegels, maar hebben allemaal een scherp eind. De kooi verkeert in een goede staat van onderhoud.
De beschoeiing is van palen met hout en rond de plas is ook aan de bovenzijde een plak gemonteerd.
De beschoeiing in de vangpijp bestaat uit hout en wordt gerepareerd met bossen snoeihout. Het onderhoud van de kooi doet Martin allemaal zelf. Hij heeft helaas geen opvolging. Zijn inzet is er in eerste op gericht dat de kooi in particuliere handen blijft, zodat het een vangende kooi blijft.
Het is tegenwoordig vooral een blauwgoed kooi. In de afgelopen decennia is het blauwgoed steeds meer gaan domineren. Dat is ontzettend veranderd vertelt Martin. Nu zijn er in het begin van het seizoen nog wel wat wilde eenden, maar al heel snel heel veel smienten die af en toe wat werden verdrongen door slobben, maar al snel weer heel veel smienten. De eerste komen zo begin augustus en blijven de hele winter komen. Afgelopen seizoen kwamen de smienten pas laat in het seizoen naar de kooi. Ook dat is erg aan het veranderen volgens Martin, volop smienten in de regio, maar nauwelijks in de kooi. Het komt steeds vaker voor dat ze niet in de kooi willen zijn. Martin is niet gelukkig met grote aantallen slobben in de kooi. Ze veroorzaken veel onrust, waarbij het minste of het geringste de plas leeg vliegt.
Op het moment dat we de kooi verlieten verschenen grote groepen smienten die na een paar rondjes boven de kooi invielen.
Er is maar een kleine makkestal aanwezig en geen makhok. Martin voert wel en doet dat hoofdzakelijk met kroos, grasmaaisel en gebroken mais. Hij legt tussen de twintig en dertig broedkorven.
De gevangen eenden, meest smienten, worden bemonsterd voor het onderzoek naar vogelgriep door het Erasmus MC. Op twee exemplaren is in de afgelopen periode hoog pathogene vogelgriep geconstateerd, maar in de omgeving van de kooi zijn geen dode vogels aangetroffen.