Bert Pellegrom - Berkenwoude

Via de pont bij Schoonhoven rijden we de Krimpenerwaard in en na de eerste kilometers zien we al het eerste kooirelict, een van de vele in deze Waard. Nooitgedacht-8  (1) De meeste relicten liggen, evenals de nog actieve kooien een stuk westelijker.  We zijn op weg naar Berkenwoude, eendenkooi Nooitgedacht met kooiker Bert Pellegrom is ons eerste reisdoel. Net buiten Berkenwoude, als we het onverharde pad richting de kooi in slaan worden we geconfronteerd met de eerste grote groepen smienten. De vele sloten en het land dat bijna gelijk staat aan het peil van de sloten is kenmerkend voor dit stukje veenweidegebied en maakt dat het een ideaal gebied is voor overwinterende smienten en talingen, die met vele duizenden hier dan ook gebruik van maken.  
We worden ontvangen door Bert en zijn kooikerhondje, de makkestal is nog niet gevoerd en Bert stelt voor om dat eerst te gaan doen voor we aan de koffie gaan.

Het eerste dat opvalt in het kooibos is de grote hoeveelheid sneeuwklokjes die veelal langs de paden staan. Hier en daar komen ook nog andere soorten bollen boven de grond. Nooit-3 Erfenis van een vroegere kooiker die uit de bollenstreek kwam. We lopen voornamelijk bovenwinds in de richting van de zuidwest en zuidoost pijpen om de eenden op de plas niet te verstoren. De kooi is rond 1900, vanwege het vele hout, helemaal kaal gemaakt door de toenmalige eigenaar en daarna helemaal opnieuw ingeplant waardoor er op de kooi veel oude bomen aanwezig zijn. Het probleem is dat er veel essen zijn geplant die nu zijn aangetast door de essentaksterfte en vrijwel al deze honderdjaar oude reuzen moeten op vakkundige wijze worden geruimd om schade aan de kooi te voorkomen, maar soms valt er ook een spontaan om.  
Toen Bert in 1990 op de kooi kwam, was deze zwaar verwaarloosd.  De kooi had brede pijpen en dusdanig lage schermen dat je gebukt de pijp in moest. Bert begon met de nodige aanpassingen aan de kooi en werd daarbij geadviseerd door Hans Zantinge van de Bakkerswaal, de kooi waar Bert al de nodige jaren als vrijwilliger had meegelopen. Bert had inmiddels zijn jachtakte behaald, destijds nog een vereiste voor een kooiker. Hans was ook degene die Bert als kooiker aanbevolen had bij het Zuid-Hollandsch Landschap, eigenaar van de kooi. De samenwerking met Hans duurde vele jaren, eigenlijk tot zijn overlijden een aantal jaren geleden. Nooit-12  
De kooi is van het type dat het Hollandse type vangpijp het dichts benaderd. Niet al te brede en lange pijpen, aan de binnenzijde een gesloten scherm en aan de buitenzijde de kortschermen. Het scherpe eind is ook kort en betrekkelijk hoog. Bert plaatst alleen een beschoeiing in de vangpijpen en deze zijn van allerlei soorten materiaal gemaakt. Langs de kooiplas heeft de kooi zoveel mogelijk natuurlijke oevers.Nooit-22  


De beugels zijn van metaal, zijn licht gebogen en steunen aan beide zijden van de vangpijp op de schermen. Het riet voor de schermen komt uit gebieden van het Zuid-Hollands Landschap dat op diverse plaatsen voldoende riet heeft staan. 
De omgeving van de kooi is geheel eigendom van het Zuid-Hollands Landschap en omvat circa 1100 hectare inclusief nog een tweede eendenkooi, ‘Kooilust’. Het beheer van deze landen maken het tot een gebied waar veel eenden in de winter verblijven, nadeel voor de kooi is dat ze minder vaak in de kooi verblijven.
In de eerste jaren ving hij veel volle eenden en deze waren hoofdzakelijk voor de bout. Tegenwoordig is dit mondjes maat en staat het bemonsteren en ringen op de eerste plaats. Deze activiteit doet hij sinds 2011 en heeft hij inmiddels 1.200 exemplaren door zijn handen zien gaan. Opmerkelijk is te noemen een aantal geringde waterhoentjes waarvan hij terugmeldingen kreeg uit Scandinavië en Frankrijk. In samenwerking met de Erasmus Universiteit bemonstert hij de gevangen exemplaren, welke nu hoofdzakelijk smienten zijn, maar ook de nodige talingen.Nooit-21  
Na het voeren was het de tijd voor koffie in het kooihuis, alwaar een snorrende kachel en de wanden en plafond vol met allerlei speciale herinneringen. Duidelijk werd, niet alleen door praten, dat Bert naast kooiker, ook een hartstochtelijk jager is en in de omgeving van de kooi actief is ten behoeve van beheer en schadebestrijding. 
Bert plaatst de nodige (circa 80) broedkorven die hij allemaal zelf maakt, zie elders op de site zijn bijdrage hierover in het Kijkgat van een paar jaar geleden. De korven hebben geen klep zodat ze geen landingsplaats bieden aan kraaien en eksters. Gemiddeld is 90% van de korven bezet. De makkestal wordt op peil gehouden door het uitbroeden van eieren door een van de vrijwilligers die ook zorgt voor de nodige eieren. De eenden gaan daarna in het makhok en worden in augustus op de plas gezet, zonder ze te kortwieken. Gekortwiekt zijn ze nl. een makkelijker prooi voor de havik. De makkestal wordt hoofdzakelijk gevoerd met geplette haver en soms wat ongeschoond graan en bestaat uit ongeveer 80 eenden.
Bert vangt in eerste aanleg met de hond.  Maar stopt daarmee op het moment wanneer hij vindt dat er genoeg gevangen is . 
Zoals hij zelf zegt ‘je moet niet te gretig zijn’ en niet altijd alles willen vangen. Hij slaat gerust een dag over, ook al zit er genoeg op de plas of al in de vangpijp.
Een mooi beeld geven een aantal schermen die overgroeid zijn met klimop en ook de hier en daar de liggende essenstammen, ‘het is geen park, maar een eendenkooi’.
De kooiplas wordt bij vorst gedeeltelijk ijsvrij gehouden (in een vangpijp) door het oppompen van grondwater met een uitstroom buis met meerdere gaten. De eenden uit het dorp weten dat zeer te waarderen en komen bij veel ijsgang in de slootjes naar het open water in de kooi.
Bert, inmiddels 70, is blij dat er bij de groep van vrijwilligers al een opvolger is. Gerrit Burger neemt inmiddels al wat taken op zich waardoor Bert met een gerust hart de toekomst voor zich ziet.

Inhoud

Bert Pellegrom - Berkenwoude
extraSmallDevice
smallDevice
mediumDevice
largeDevice