Met een zak met twee gevangen eenden uit de Kiersche Wijdekooi rijden we naar Belt-Schutsloot. De relatie tussen de kooikers in dit gebied is uitstekend450
en Roelof blijkt de kooiker te zijn die het handigst is in het plukken van de eenden.
Het gesprek komt al snel op de historie van de kooi en Roelof laat diverse oude documenten zien, de Klaver’s eendenkooi was vanaf de oprichting eigendom van de familie Klaver. Op 11 juli 1879 krijgt Hilbert Siemens Klaver (Betovergrootvader van Roelof) toestemming om een eendenkooi te beginnen. De kooi had echter geen officieel paalrecht. Om toch de rust rond de kooi te kunnen bewaren werden er afspraken gemaakt met alle grondbezitters die binnen de cirkel van 1130 meter lagen. (Verklaring, linkerkolom). De afspraak had wel een prijs, 10 cent per jaar.
De kooiplas is een petgat, een plas die ontstaan is door natte vervening, langs de ribben werden de vangpijpen gemaakt. Naast de eendenkooi bezat Hilbert ook een landbouwbedrijf. Na het overlijden van Hilbert, in 1943, ging zijn deel van het eigendom (3/12) naar de kinderen Gijsbert, Willem en Lute. De broers bleven ongehuwd en runden samen de kooi en het landbouwbedrijf. De broers kooiden later ook op de Bakkerskooi die in de omgeving van de Klaver’s eendenkooi ligt. Deze kooi is nu in ruste.
In 1952 verkochten andere familieleden Klaver hun aandeel in de kooi en omgeving (3 ha) aan natuurmonumenten en deze organisatie werd daardoor mede-eigenaar naast de broers Klaver. Uiteindelijk kwam het deel van de broers bij hun neef Roelof terecht en hij is nog steeds voor 3/12 eigenaar van de kooi en neemt het onderhoud bijna alleen voor zijn rekening.
De kooi ligt in een nat veengebied en dat is duidelijk te merken als we naar de kooi lopen, de bodem onder onze voeten beweegt keurig mee en af en toe zakken we tot over onze enkels in de zwarte smurrie. Kijk je naar de kaart van 1890 dan ligt de kooi aan de oostzijde aan het water, waar nu een redelijk groot kooibos is.
Het is een echte winterkooi waar hoofdzakelijk wilde eenden worden gevangen.
De kooi heeft 6 vangpijpen en twee kooiplassen, elke plas heeft 3 vangpijpen. De vangpijpen zijn van het Overijssels model en zijn 30 meter lang en relatief erg smal (ongeveer 2 meter).
De wanden van de vangpijp zijn allemaal van riet dat Roelof zelf snijdt op eigen rietvelden. Het riet wordt in twee lagen gezet, een hangende en een staande laag. Aan de buitenzijde van het scherm wordt er ijzerdraad gebruikt en aan de binnenzijde stammetjes elzenhout. Het elzenhout wordt 2 a 3 jaar gewaterd en gaan dan 8 tot 10 jaar mee. Deze stammetjes worden ook gebruikt voor de liggers op de pijp. De staanders zijn van kastanje hout. Op de vangpijp ligt gaas en dat wordt afgedekt met wilgentakken met blad.
De beschoeiing bestaat uit staande paaltjes met daarachter stammetjes van elzenhout (niet gewaterd).
De vangsten in november/december van oostgoed is nagenoeg helemaal opgedroogd.
Als er oostgoed is dan zwemmen ze vrij snel met de makkestal de pijp in en bij schrik vliegen ze in één keer tot aan de spiegel. In het verleden werden wel de nodige talingen gevangen, maar nu is dat nagenoeg uitsluitend wilde eend. Het vangen met de hond is na de laatste wat onbetrouwbare hond niet meer opgestart. Het aantal gevangen eenden loopt ook in deze kooi sterk terug, ook in deze kooi komt er weinig op de plas. Roelof beschikt over een ringmachtiging en ringt het merendeel van de gevangen eenden.
De makkestal bestaat uit 60 à 70 eenden. De stal wordt twee keer per dag gevoerd met tarwe en mais. De stal wordt op peil gehouden door af en toe een gevangen eend te kortwieken en op de plas te zetten. Hij wil absoluut geen kwakers vanwege het de hele dag luidruchtig kwaken. Er zijn in het verleden wel broedkorven geplaatst maar het is niet tot broeden gekomen.
Roelof heeft nog geen opvolging, in de familie zijn niet echt gegadigden, dus het zal waarschijnlijk van Natuurmonumenten moeten komen.
Overlast wordt vooral veroorzaakt door de otter, komt deze op de plas dan zijn de eenden compleet van slag. Om de otter tegen te houden heeft Roelof rond de hele kooi rondom in gaas gezet, circa 500 meter. Het gaas dat onlangs ook een wasbeerhond tegen hield. In kooiplas en vangpijpen wemelt het van Amerikaanse kreeften die een sterke aanslag op de oevers doen.