Gorzen en aanwassen van Althena

VTH - 1419, Pieter Sluijter, 1554

Introductie

De gorzen en aanwassen van het Land van Althena (1554) tussen de Backers Kil en de Kornsche dijk verdwijnen bij vloed gedeeltelijk onder water. Er liggen twee eendenkooien langs de Kornsche dijk bij Wercken en een kooi buitendijks bij Almkerk (zie bij Almkerk en Wercken). In het westen van het gebied vinden de eerste inpolderingen plaats, maar het tussengebied is nog duidelijk onland. Langzaam maar zeker wordt het gebied wat droger en verschijnen er steeds meer eendenkooien. Op de eerste drooggevallen delen van de toekomstige Prick Polder verschijnen de eerste twee eendenkooien (Prick Polder).

De aanwassen groeien en er ontstaat een wir-war aan kreken en langs de kreken worden vangpijpen gebouwd. Kleine inhammen voorzien van beugels met daarop netten, de kreek heeft de functie van kooiplas. Op onderstaande kaart uit 1612 zijn deze eerste 'kooien' te zien. Het gaat over totaal van 27 vangpijpen, waarvan een redelijk aantal in de vorm van een eendenkooi zijn aangelegd (gepaard). De onderste kreek met zes vangpijpen is de Oost Kille of Bleerck.

VTH_1397A 

VTH 1397A - 1612, Daniël Schellinex. Let op: noord is rechts, onder is zichrbaar de Kornsche Dijk bij Almkerk.

De inpoldering

In de loop van de 17e eeuw gaat de inpoldering van de oostelijke delen van de Groote Waard heel snel. Grote delen worden drooggelegd en voorzien van dijken en de nodige molens houden de waterstand op peil.  Naast het noordelijk deel van de Prick Waart, zijn de overige gorzen zijn opgenomen in de Nieuwen Almkerksche Polder, Den Schans Waert en Den Bleeck Waert.
Losse vangpijpen en eendenkooien vedwijnen uit het landschap. In de zuidelijke delen van het Land van Althena, waar de aanwassen verder groeien, ontstaan nog steeds de nodig vangpijpen en eendenkooien, o.a. het zuidelijk deel van de Prick Waart.

extraSmallDevice
smallDevice
mediumDevice
largeDevice