De eendenkooien in de Groote Waard na 1421

VTH - 1899 - rond 1500, maker onbekend

Introductie

De situatie van de Groote Waard begin 1500 was dat alle rivieren vrij spel hadden in het gehele gebied. Door aan voer van sediment in het rivierwater en de aanwas via getijden kwamen langzaam maar zeker de eerste gorzen aan de oppervlakte. Het eerst in het gebied tegen de Kornsche Dijck, bij Almkerk en Dussen. Langzaam groeide het oostelijk gedeelte en de landen onder Werkendam dicht. Op gorzen die bij vloed niet meer onder water kwamen kwamen de eerste eendenkooien en losse vangpijpen. In een periode van meer dan twee honderd jaar werden de gorzen langzaam polders en verdwenen de eendenkooien. De ontwikkelingen worden beschreven in de hoofdstukken zoals aangegeven in de linkerkolom.

De verdeling is als volgt: 
De aanwassen van Dussen: De kooien die in het zuidelijke gedeelte lagen bij Dussen buitendijks.
Land van Althena: De eendenkooien hoofdzakelijk ten oosten van de Backers Kille
Corensche Gantel: Eendenkooien langs de Corne, buitendijks
De Werken en Almkerk buitendijks: Een aantal kooien dichtbij de Kornsche Dijck

De landen van Werkendam: De kooien tussen De Backers Kille en de latere Nieuwe Merwede
Langs de Merwede: Het Ambacht van Houweninge en platen en gorzen tussen de Merwede en de Groote Hel ofte West Kille (Later de Nieuwe Merwede)

4-VTHR_477  

Eendenkooien

De eendenkooien in de Groote Waard na 1421
extraSmallDevice
smallDevice
mediumDevice
largeDevice